BELGISCHE MARITIEME LIGA  vzw.
LIGUE MARITIME BELGE  asbl.

Koninklijke Vereniging - Société Royale

HISTORIEK  HISTORIQUE  HISTORIC

 

DE UNIFORMEN BIJ DE BELGISCHE OORLOGSVLOOT


             

In de tweede helft van de 18e eeuw wordt pas voor de eerste maal, het zeemansuniform in een reglement opgenomen; alleen het uniform van de officieren werd gereglementeerd en de matrozen bleven verder vrij te dragen wat ze wilden en dit tot bij het uitbreken van de grote oorlogen van het Keizerrijk waarbij Engeland en Frankrijk op zee tegenover elkaar komen te staan. Niettegenstaande men geen enkel spoor van geschreven kodifikatie over het dragen van het uniform vindt, waren de zeelieden toch anders gekleed dan de stadsmensen en de landratten. Hun klederdracht stemde volledig overeen met hun beroep en met hun corporatie : zij verschilde heel weinig van streek tot streek voor wat betreft de oevers van de Oceaan en van de Noordzee: de zeelui kleedden zich op dezelfde manier in de koopvaardij. Bij de visserij en in dienst van de Koning. Hun kledij was zodanig gemaakt om aan de wind, het zeewater, de vochtigheid en de koude te weerstaan. Eigenaardig feit is, dat deze kledij in de loop der tijden weinig zal veranderen. Gedurende twee eeuwen ziet deze kledij er als volgt uit : een lange brede broek in blauw wollen laken voor de winter, in ongebleekt linnen of soms blauw-wit gestreept voor de zomer, een laken hemd ook bloeze genoemd een ejas of jekker ook caban genoemd; vandaag wat korter, morgen iets langer; iets smaller of breder naarglang de mode van de dag.

In 1830 breekt de revolutie uit waardoor België zijn onafhankelijkheid bekomt alsmede de scheiding met Holland. Onze zeelieden, in dienst sedert 15 jaar van de vloot van de Verenigde Nederlanden, droegen een bijna gelijk­aardig uniform als toen ze in dienst waren in de keizerlijke marine onder Frans bewind. In de Koninklijke Belgische Marine droegen de officieren in groot- tenue de rok en de steek, in klein-tenue de geklede jas en de pet. De graden kon men aan de schouderstukken, die dezelfde waren als bij het landleger, herkennen. Men kende volgende graden: adelborst van tweede en derde klasse, vaandrig ter zee, luitenant ter zee, kapitein-luitenant ter zee, kapitein ter zee; de hoogste graad die ooit werd toegekend, was deze van generaal-majoor van de marine (in 1853). De matrozen droegen de brede broek in blauw wollen laken, een wit katoenen hemd versierd met een blauwe met wit overstikte kol en blauwe met wit overstikte manchetten; daarboven werd een ander hemd of bloeze uit blauw wollen laken gedragen, een zwarte zijden halsdoek in de zomer, een fijne zwarte wollen halsdoek in de winter, geknoopt als een matrozenstropdas, het  dragen van de kousen was vrij en de schoenen waren zwart en zonder nagels. Op het hoofd een matrozenmuts met rode band en pompon. In plaats van de laken bloeze werd gedurende de oefeningen en voor de gewapende inspekties een korte jas gedragen met rechte kol in rode kleur jaren over alle zeeën. Zij vervoerden handelsafgevaardigden en allerhande koopwaar, kenden duizend en een uitzonderlijke avonturen, trotseerden piraten en overwonnen de vijandigheid van inheemse vorsten. Het waren de driemasters Macassar, Schelde en Emmanuel die deze grote expedities ondernamen. In de divisie van Oostende brengen de brik «Duc de Brabant» en het korvet «Louise Marie» sierlijke topzeil schoenen, regelmatig hulp en bijstand aan Belgische vissers in de Noordzee. Zij waren ook ter hulp bij onze landgenoten in Guinea en Guatamala waar ze in het gevecht van de Rio Nunez de vijandelijke stammen overwinnen, zij brengen levensmiddelen, geneesmiddelen, en nieuws uit het verre vaderland aan onze dappere pioniers van Santo Thomas. Overal houdt men van onze zeelieden en hun werk wordt zeer gewaardeerd. Ongeveer tachtig jaar later zien wij onze matrozen in de eerste wereldoorlog naast de Franse Marine. Zij dragen dan een broek en bloeze uit blauwe wol, de blauwe kraag met witte strepen en brede witte opslag, de jas werd langer en wordt nu caban genoemd en heeft twee rijen van vijf knopen waarvan de vier laagste worden dichtgeknoopt, de bovenste, tussen kraag en opslag, blijft open.

De matrozenhoed is defenitief verdwenen en te allen tijde vervangen door de matrozenmuts met hemelblauwe pompen, dit laatste onderscheidt hem van de Franse matroos die een rode pompon draagt. De stormband bestaat uit een witte koord en gaat zoals bij de Franse matroos langs boven de muts, het lint draagt, in goud gedrukt, het zegel van de Belgische Staat. Het wit hemd is vervangen door een katoenen wit en blauw gestreept breiwerk.

De rok en de geklede jas worden door de officier niet meer gedragen. Hij draagt nu een jas met gouden knopen. De hinderlijke en zeer dure schouderstukken met gouden franjes wiens gewicht de 2,060 Kg. niet mocht te bo­ven gaan zijn verdwenen. De schouderbruggen bleven tot op heden bestaan en de graadkentekens worden door middel van gouden galons aangeduid onderaan de mouwen, een met goud gegalonneerde lap met knopen, die vroeger dienden om de opslag vast te knopen, wordt dwars over de graadkentekens geplaatst.

De officier draagt een wit hemd met stijve boord en omgeslagen punten en de zwarte das. De pet uit blauw laken met lederen klep had een gouden stormband, het lint was versierd met de galons van de graadkentekens zoals bij de Franse Marine, langs de voorkant had men op het lint een kokarde met een anker met schuine ankerstok waarboven de koninklijke kroon prijkte. De mantel was voorzien van een afneembare kap, de knopen waren zwart en de graadkentekens werden op de mouwen gedragen. De sabel werd volgens oude tradities gedragen in groot-tenue en in bevolen dienst. Het was, zoals nog steeds heden ten dage, de sabel van 1837.

In die periode droegen de onderofficieren bijna hetzelfde uniform als dat van de officieren. De jas met twee rijen van vijf knopen liet alleen de eerste knop van boven zichtbaar. Men ziet de knopen tussen de kol van de jas en de opslag.
Tot vóór de oorlog 40-45 lieten de leerling-kadetten van de navigatiescholen in uitgangstenue deze knopen open.
Hetgeen het meest afwisselt in het tenue van de onderofficieren is de pet of liever het kenteken. Deze pet uit donker blauw laken heeft een lederen klep en een zwart zijden geweven lint. De stormband is meestal van leder, soms in wol. Zo draagt de meester in 1910 een rode wollen en gevlochten stormband. De andere onderofficieren dragen de lederen stormband. In 1910 bestaat het kenteken uit een driekleurige kokarde in zijde ; in 1917 wordt het verguld metalen embleem met de Belgische wapens waarboven de driekleurige kokarde prijkt. De hoogste graad in het onderofficierenkorps, de eerste meester, droeg op de pet, zoals de officieren een zilveren galon. De onderofficieren droegen de stijve boord doch niet omgeslagen met zwar­te das. Gedurende de oefeningen was het hen toegelaten een blauwe wollen jersey, korte of lange beenkappen te dragen.

Op kleine uitzonderingen na, wordt de matroos in 1939, op de vooravond van de tweede wereldoorlog, bijna op dezelfde manier gekleed als in 1923. Dezelfde korte jekker, hetzelfde gestreept tricot, dezelfde wollen bloeze en matrozenmuts met hemelblauwe pompon en witte stormband, het metalen kenteken met Staatswapen bestaat niet meer, we kennen eerst het lint met de woorden Marine Korps in gouden letters, daarna alleen het woord Marine. De uiteinden van het lint hangen terug langs de achterkant los zoals bij de Koninklijke Marine. Gedurende vijf jaar zullen onze mat­rozen de onveilige oceanen bevaren en onverpoosd mijnenvegen in de de Noordzee. Daar de Royal Navy hen in die periode van kop tot teen moet aankleden, zullen ze in 1945 in een licht gewijzigd tenue terug komen, de broek nog breder dan vroegen en met zeven horizontale plooien die de zeven zeeën vertegenwoordigen op dewelke hun vlag vrij heeft gevaren ; de matrozenmuts werd wat hoger en stijver naar het model van de Engelse Jack «cap» genoemd ; de marinekraag boven de zwarte das «Nelson» genoemd als herinnering aan de rouw van de grote admiraal. Onze matrozen hebben naar het voorbeeld van hun voorouders hun taak volbracht : zonder pocherij, eenvoudig als hun uniform en doorweekt van de grote tradities der zeelieden.

 

 

  LMB-BML 2007 Webmaster & designer: Cmdt. André Jehaes - email andre.jehaes@lmb-bml.be
 Deze site werd geoptimaliseerd voor een resolutie van 1024 x 768 en IE - 7- 8- 9 -10-11
Ce site a été optimalisé pour une résolution d'écran de 1024 x 768 et IE - 7 - 8 - 9 - 10-11
Your browser must be enabled for Java and JavaScript