BELGISCHE MARITIEME LIGA  vzw.
LIGUE MARITIME BELGE  asbl.

Koninklijke Vereniging - Société Royale

HISTORIEK  HISTORIQUE  HISTORIC

 

Het Vikingschip goed voor elke zee en elk doel

 

Het zijn de zeeën en de fjorden die de scandinaviërs van oudsher tot het bouwen van schepen heeft gebracht, en dit brengt ons dan al vlug tot de jaren 1500 v.CHR. ; de gekende hoog gebogen voor-en achtersteven van het vikingschip, noodzakelijk om de ruwe zeeën van het noorden te kunnen bevaren werden reeds toegepast en deze techniek liet een moeiteloze navigatie toe doordat de kracht van de golven even gemakkelijk door de achter- als door de voorsteven werden gebroken. Het duurde wel tot in het Bronzen Tijd: perk eer deze schepen hun romp van aan elkaar genaaide  dierenhuiden, gespannen     over een eikenhouten geraamte, vervangen zagen door een huidgang van planken. Rond deze periode deed ook het zeiltuig : zijn intrede onder de vorm van een reusachtige rechthoek waarvan men vermoedt dat de breedte soms de 15 meter bereikte.

Het zeildoek werd geweven van ruwe wol in een dubbele :laag om ze extra sterk te maken, en waren meestal roodbruin van kleur ; om zich onder bondgenoten herkenbaar te maken werd op volle zee zeilen gehesen met patronen zoals strepen, vierkanten, en ruiten m.a.w de voorlopers van de tot nu gebruikte seinvlaggen voor communicatie tussen schepen tijdens hun navigatie.

Tot op heden is het nog steeds een raadsel voor onderzoekers hoe de vikingers aan hun zeiltuig kwamen, en men denkt aan 2 mogelijkheden: Skandinavische kusthandelaars hadden het opgemerkt van de gebruikte zeilschepen van de Friezen die het op hun beurt geërfd hadden tijdens de Ro­meinse bezetting van Friesland, of ze hadden het gezien tijdens hun landtocht richting Zwarte Zee van de Arabische kustvaartuigen. Waar lag het scheeps­bouwkundig vernuft van de vikingen m.b.t hun schepen ?

Als men rekening houdt met het feit dat de vikingen zowat alle wereldzeëen hebben bevaren om oorlog te voeren, maar ook om handel te drijven, dienden hun schepen hiervoor ook over een hoge graad van zeewaardigheid te beschikken en voor deze opdrachten uitgerust te zijn, en het geheim hieromtrent was hun vakbekwaamheid  bij hun schieepsbouw. De grootste aandacht besteeddende vikingen aan de constructie van de houten huidgangen die om reden van het maximale behoud van de kracht van het hout, werden gemaakt van bomen die niet een bijl in de lengte in een aantal segmenten werden gekliefd die van de bast tot de houtkern liepen. Deze driehoekige segmenten werden dan met een disel tot gelijkvormige planken bewerkt met de juiste lengte en dikte. Een doorsnee vikingschip had aan elk boord een 16-tal van deze huidgangen met verschillende dikte ( 2,5 cm onder de waterlijn, 4,5 cm op de waterlijn. en 1,5 cm bij liet dolboord ) Vanaf de kiel maakten zij elk huidgang aan de onderliggende vast op overlappende wijze, en de naden werden gebreeuwd met gevlochten en geteerde dierenharen, en daarna werden de gangen vastgemaakt met ijzeren nagels met ronde koppen die aan de binnenkant in een vierkant ijzeren plaatje werd geklonken en dit om de 18 cm. Het resultaat was dat het schip waterdicht bleef, zelf als de romp bij zware zee op de golven werkte. Had dit schip dan geen spanten zult U zich terecht afvragen. Zeker, maar die werden er slechts ingebouwd wanneer de 32 gangen van de romp op hun plaats zaten , ze waren U-vormig en ongeveer 19 in aantal en werden met sparrentwijgen vastgebonden aan klampen die bij het disselen van elke gang waren uitgespaard, en om de dwarsscheepse druk op te vangen werd de romp aan de binnenzijde voorzien van wrangen en denningbalken die met knieën werden bevestigd. In het midden van de romp bevond zich het zaathout of vissing (het had de vorm van een vis) waarin de mast werd vastgezet. Aan de achtersteven zat de stuurriem uit een stuk gesneden, 3 meter lang en 40 cm breed, en draaide om een blok vastgemaakt met een draaipees. Het roerblad had een oog waarmee men met behulp van een touw het roer kon optrekken bij ondiep water. De riemen wer­den vervaardigd van vurehout en varieerden in lengte van 5 tot 5,5 meter, zodat de roeiers in het hogere voorschip liet water tegelijk zouden raken met de mannen die lager midscheeps zaten, op het verhoogd achterdek nam de roerganger plaats. Eerstgenoemde waren gezeten op zeemanskisten aangezien de vikingschepen niet voorzien waren van zitbanken.

Met een lengte van 23 meter, een breedte van 4,5 meter , een diepgang van nauwelijks 90 cm , en een maximale belasting van ongeveer 20 ton, kon voor de wind zeilend een snelheid van 11 knopen/u bereikt worden. Wanneer er diende geroeid te worden was 7 knopen/u niet ver uit de buurt.

Wij spreken hier wel over een type van vikingschip dat langskip werd genoemd, en dat het niet hier bij bleef bewijst het lijstje hieronder waarvan de afmetingen onderling verschillend waren maar het principe hetzelfde bleef bij de bouw zoals eerder beschreven .

Deze gegevens werden bekomen doordat de vikingers in hun culturele gemeenschap die duurde van 15e eeuw voor C. tot de 13e eeuw na C. bij hun dodencultus de gewoonte hadden elke viking niet een beetje naam en faam te begraven niet zijn hele hebben en houwen, vikingschip inclusief .

Wij verwijzen hiervoor naar de opgravingen die werden verricht in het Noordse Gokstad en Oseberg, waarbij komplete vikingschepen werden blootgelegd in perfekte staat door de eeuwen heen beschermd door de aanwezige kleibodem en nu te bezichtigen zijn in al hun glorie in desbetreffende musea.

Voor de bepaling van hun koers en afstand maakten de vikingen gebruik van de poolster, de zon (s'zomers stond deze bijna dag en nacht boven de horizon) en wanneer deze middelen ontbraken gebruikten ze liet cordieriet kris­tal, een doorschijnend geel kristal dat op het skandinavische continent voorradig was, en die indien men deze in een rechte hoek hield, werd naar het gepolariseerd licht van de zon, veranderde het van geel naar blauw, en werd zodoende de juiste positie van de zon aangeven.

Dat de vikingen geen doetjes waren weten wij allen uit wat ons er vroeger over hen verteld werd tijdens onze schoolse periode. Maar vergeten wij niet dat deze gemeenschap grondig gestructureerd was, vorstendommen hadden, kunst bedreven, de waarde van goud en geld kenden, en niet vies waren van andere culturen.

Bewijze hiervan zijn hun sporen van aanwezigheid zowel in onze kontrijen en omliggende, als in de meeste uithoeken van onze planeet, en dit dank zij hun maritieme vaardigheid en kennis.

 

( * Al deze types van vikingschepen konden zowel de binnenwateren, de kustwateren, en op de Byrdingr na, de hoge zee bevaren.)

 

 

 

 

FAMA 29

 

 

  LMB-BML 2007 Webmaster & designer: Cmdt. André Jehaes - email andre.jehaes@lmb-bml.be
 Deze site werd geoptimaliseerd voor een resolutie van 1024 x 768 en IE - 7- 8- 9 -10-11
Ce site a été optimalisé pour une résolution d'écran de 1024 x 768 et IE - 7 - 8 - 9 - 10-11
Your browser must be enabled for Java and JavaScript